Zoeken in deze blog

maandag 13 februari 2012

When life gives you lemons .. Make lemonade!!




Ik run een huisje voor ouwe-van-dagen. Wisten jullie dat niet? Ik weet eigenlijk ook niet hoe ik daar zo ingerold ben. Ja, en die ouwetjes, die laat je toch zeker niet stikken? Die doe je niet weg. Nee. Ik verzorg ze tot het einde. En als dat einde dan gekomen is, dan is er weer een plekje voor een nieuwe. Ik hoef het ook niet te promoten want er is altijd verse aanvoer. Ze weten dat ze bij mij gegarandeerd een rustige ouwe dag hebben. En dan komt het, ze worden rimpeliger met de dag en ze krijgen er grijze haren van.

Het gaat natuurlijk over mijn immer royale collectie citrusvruchten. Mandarijnen, grapefruits, sinaasappels, citroenen, limoenen, mineola's, je bedenkt het en ik heb het liggen. Ik houd ook echt heel veel van ze, daarom worden ze in netten vol aangeschaft. Maar maak ze maar eens op! En ze houden ook van mij, ik weet het zeker. Ze troosten me als het even tegenzit. Behalve afgelopen zaterdag. Afgelopen zaterdag was ik thuis aan het schoonmaken. En alles ging ook best goed! Totdat de wasmachine: "Kloeng kloeng" zei. En ik weet één ding heel zeker, wasmachines zeggen onder geen beding kloeng kloeng. Met bonzend hart kijk ik door het raampje en zie daar.. mijn gloednieuwe iPhone rondjes draaien! Ik ben natuurlijk compleet van mijn stuk; na een tweejarige queeste had ik EINDELIJK een iPhone. Kennelijk wil de iPhone niet van mij zijn.

Ik was kapot. En ik deed het enige zinnige dat ik kon bedenken, het enige wat mijn humeur kon doen opklaren; ik bakte een citroencake. En ja, de cake zag er prachtig uit. Maar toen het moment supreme daar was en ik de taart wilde insmeren met glazuur stortte de cake in. Die gele smiechten hadden me verraden, juist toen ik ze het hardste nodig had. Maar ik gooide de theedoek niet in de ring (nou, alleen voor zaterdag dan) en zondag heb ik mijn recept aangepast. Het werd een prachtig taartje!

Citroentaart:

Cake:
- 180 gram bloem
- 50 gram amandelmeel
- 180 gram boter
- 180 gram suiker
- 2 zakjes vanillesuiker
- Mespuntje zout
- Zakje bakpoeder
- Theelepel dubbelkoolzure soda
- 2 citroenen; rasp de schil en hou dit apart, het sap apart houden
- 3 grote eieren

Glazuur:
- 1 citroen
- 150 gram poedersuiker
- 2 pakjes Monchou of 1 bakje roomkaas

Garnering:
- 200 ml water
- 100 gram suiker
- 1 citroen

Verwarm de oven voor op 180 graden en vet een springvorm van 23 cm doorsnee in. Leg wat bakpapier op de bodem. Klop de boter met de suiker, zout en citroenschil tot een romige massa. Klop vervolgens één voor één de eieren erdoor. Klop het geheel lekker luchtig. Zeef de bloem en meng de bakpoeder en de dubbelkoolzure soda erdoor. Vervolgens roer je de bloem en het citroensap er om en om in drie beurten doorheen. Stort in de bakvorm en bak deze in ongeveer 50 minuten gaar.

Maak een frosting van de roomkaas die je romig roert met de suiker, een kneepje citroensap en wat citroenrasp.

Voor de geconfijte citroenplakjes: Zet het water met de suiker op en snijd de citroen in dunne plakjes. Laat 15 minuten pruttelen in de suikersiroop en laat ze vervolgens uitlekken op wat bakpapier. 

Als de cake gaar is (prik even in met een satéprikker of breinaald: als die er droog uitkomt is de cake gaar), laat deze dan een kwartiertje afkoelen. Met wat visdraad, sterk garen of neutrale flossdraad snijd je de cake in twee mooie helften. Dat doe je door het draad om de cake te spannen en de uiteinden naar elkaar toe te trekken. Bedruppel de bodem met wat citroensap en smeer een laagje frosting erover. Een laagje lemoncurd erbij kan absoluut geen kwaad, doe dat vooral lekker! Leg de bovenkant erop en besmeer de bovenkant met de frosting, lekker slordig mag maar als je heel veel hebt, kun je ook de zijkanten insmeren. Versier de bovenkant met de geconfijte citroen. Zo doe je dat!

zondag 8 januari 2012

American Pancakes met Sinaasappel en Banaan


Wat is er nu heerlijker dan op zondag wakker te worden, te weten dat je niks moet of hoeft en dat de keuken helemaal voor jou is! Okee, misschien gaat deze vlieger niet voor iedereen op maar ik word daar echt heel erg gelukkig van!

Op zulke zondagen bak ik pancakes! Maar een goede pancake is geen makkie; het beslag moet luchtig zijn en toch consistent. En gezond! Hoe doen we dat?

Voor een hele berg pancakes:

- 300 ml karnemelk;
- 80 gram bloem;
- 80 gram volkorenbloem;
- 80 gram havermoutvlokken;
- 1 zakje bakpoeder;
- 1 zakje vanillesuiker;
- 50 gram suiker;
- halve theelepel kaneel;
- Snuf zout;
- 3 eieren (L);
- Rasp van een halve sinaasappel.

Voor de garnering:
- Sap van een hele sinaasappel;
- Rasp van een halve sinaasappel;
- 30 ml water;
- Twee bananen.

Zet je oven maar vast aan op 100 graden C, dan blijven de pancakes lekker warm. Doe de karnemelk in een kom en klop met een garde de bloemsoorten en havermout door elkaar. Vervolgens de suiker, eieren, zout en kaneel. Roer zo glad mogelijk maar let op: het beslag kan wat klonterig zijn vanwege de havermout. Laat het beslag even staan alvorens te gaan bakken.

Doe in een steelpannetje de sinaasappelsap, water, suiker en de rasp en laat lekker zachtjes borrelen op een laag vuurtje zodat het kan inkoken tot een mooi siroopje, ongeveer 10 minuten.

In een pan wat zonnebloemolie verhitten en met een juslepel een klein beetje beslag in de pan. Eenmaal in contact met de hete pan zal het beslag wat gaan rijzen; ik kon er twee kwijt in mijn koekenpannetje. Bak ze per twee, keer ze om en bak dan nog een minuutje tot goudbruin aan beide zijden. Houd ze warm in de oven.

Als je een hele grote stapel hebt, snijd dan de bananen in dunne plakjes en leg een bergje op je pancake stack! Giet hier dan de siroop over de bananen en de pannenkoekjes. Met de krant en koffie erbij is dit een absoluut prijswinnend team! Veel plezier ermee!

zondag 18 december 2011

Kersteieren


Kerst is -het zal jullie niet verrassen- één van mijn favoriete seizoenen. Ik zou het liefst in september al aan een infuus van Skyradio Christmas gaan, met tulband in mijn lunchtrommel en een kopje glühwein om de dag mee te beginnen. Dat levert natuurlijk een direct conflict op met de Goedheiligman, die ik ook erg hoog heb zitten. Maar zodra de stoomboot de trossen los heeft, zet ik de kerstboom binnen en versier ik het huis met rode strikken en een ruim assortiment aan kerstgarnituur. 

Wat er ook goed bij past is een bezoek aan een Duitse kerstmarkt: fantastisch! Dus vorig weekeinde naar Aachen, waar het kerstbal was! De hele stad is verkleed als kerststal en het wemelt er van de worstverkopers en de glühweinstalletjes. Verderop koop je peperkoeken harten (dat was voor mij zo'n abstract begrip uit de sprookjes van vroeger) en zelfgefröbelde kerstboomhangers. Bij de glühweinstalletjes koop je niet alleen glühwein, maar ook Jägerthee en een fantastisch, ultra-Kerstig drankje: Eierpunsch. 

En hier is hoe je het maakt! 

Voor een kerstfeestje:
- 1l volle melk
- 200 ml slagroom
- 400 ml bruine rum
- Een flinke snuf nootmuskaat, kaneel en gemalen kruidnagel
- 10 eidooiers (bewaar het wit, voor bijvoorbeeld  een pavlova of schuimpjes)
- 100 gram suiker
- 1tl vanille-essence

In een pan doe je melk, de slagroom, de specerijen en de rum. breng het geheel langzaam aan de kook. Kluts ondertussen de eieren met de suiker totdat de suiker opgenomen is. Als het melkmengsel (dat nu al echt heel erg kerstachtig ruikt) kookt, haal je deze van het vuur. Met een soeplepel voeg je steeds een lepel warme melk toe aan de eiermassa en klutst dit met een garde goed door. Als je de helft van de melk hebt toegevoegd en goed hebt geklutst kun je het eier-/melkmengsel in de pan gieten en meng het geheel met de garde goed door.

Schenk voor iedereen een goeie mok vol (een dot slagroom erop en een beetje extra nootmuskaat draagt significant bij aan de feestvreugde, dus doe het vooral) en nestel je met elkaar op de bank, met Mariah, Nat King Cole of Bing Crosby op de achtgrond. Steek de haard aan als dat één van de huisopties is. Veel kerstplezier!   

zondag 6 november 2011

Bij(ge)zondere frietjes!


Soms is fast food gewoon nodig. Soms is er niets zo lekker als een maaltijd bij de Gouden Bogen. Maar zelfs soms is dat al niet al te best. Alle mooie beweringen ten spijt ("100% rundvlees", "biologische aardappels"), het zit natuurlijk allemaal boordevol kunstmatige kleur-, geur- en smaakstoffen, maar ook allerlei toevoegingen ervoor zorgen dat alles even zacht en sponzig aanvoelt. Maar toch, na een lange avond kan het het enige zijn die het vooruitzicht naar de ochtend kan veraangenamen en het katterige gevoel kan vervangen met een warm gevoel van voldaanheid. Die prachtige dunne frietjes helemaal; die maken het af. Ik houd van Franse frietjes. Maar die goudgele vrienden zijn zo ongeveer het ergst van allemaal! Wat te doen??

Omdat ik thuis ook wel eens behoefte heb aan frietjes en ik niet altijd zin heb om dan aardappels te bakken en eindeloos in de oven te garen, de volgende truc spéciale

Men neme voor twee personen:
- 5 wortelen
- 1 flinke zoete aardappel (bataat)
- Olijfolie
- Zout
- Gerookt paprikapoeder
- Maïzena
- (Light) Mayonaise
- Dragon, peterselie, dille en bieslook (naar smaak)
- Citroensap
- 1 tl mosterd

Verwarm de oven voor op 200 graden C. Schrap de worteltjes (niet supergrondig, met een schuurspons komen we ook een heel eind!), kop & kont ze en snijd ze door de helft, in lengte en breedte. Schil de zoete aardappel en snijd ze in friet-vorm.

Doe zowel de wortel als de aardappel in een kom en schenk er een beetje olijfolie over en vervolgens voeg je toe: een theelepeltje paprikapoeder, een goeie eetlepel maïzena en wat zout. Met je handen hussel je alles door elkaar. Maak een bakplaat klaar met daarop wat bakpapier. Schik de frietjes erop en zorg dat ze gelijkmatig kunnen bruinen. Zet ze een kwartier in de oven en roer om, vervolgens nog een kwartier (of tot dat ze lekker goudbruin en knapperig zijn).

Ondertussen maak je de dip: hak de kruiden lekker fijn en meng door de mayonaise met een beetje mosterd. Een kneepje citroen om het af te maken, eventueel wat suiker als het je al te bont wordt. 

Het zoete van de worteltjes en de aardappels zijn geweldig met het lichtzure van de kruidendip. Kijk, zo kan fast food dus ook zijn; gewoon hartstikke gezond!

woensdag 26 oktober 2011

Paddenstoelentijd

Dit is mijn favoriete seizoen, met stip. De luchten zijn blauw, de zonnestralen van goud en de bladeren zijn rood-oranje-groen-geel. Alles ruikt op zo'n dag naar bosgrond, zelfs als ik in de Grote Boze Stad 's ochtends mijn ramen opendoe. En dan verderop, in het bos, zijn paddenstoelen: talloze soorten. Alleen de naam al; ik zie het al voor me, een dikke, bruine pad met een brilletje op zijn neus en zijn paddenbeentjes nonchalant over elkaar geslagen, terwijl hij lekker Het Amfibisch Dagblad doorbladert.

Sinds vorig jaar heeft zich een latente obsessie genesteld in mijn brein. Ik las over de Reuzenbovist. Zo wit als sneeuw en zo groot als een voetbal, schijnt deze enorme champignon zich zelfs in Amsterdamse stadsparken thuis te voelen. Maar het is me niet gelukt er eentje te vinden. Maar dit jaar was het raak; weliswaar niet in Amsterdam maar in de Ardennen, net buiten het lieflijke plaatsje Dinant. Terwijl we in de invallende avondschemer aan het touren waren, van de lokale frituur naar de B&B waar we overnachtten, werd mijn geduld dan eindelijk beloond; in een weiland in het glooiende landschap lagen er wel vijf! Als verse volleyballen! Ik kon mijn geluk niet op en als een indiaantje galoppeerde ik om de reuzenpaddenstoelen heen; mijn vriendje was uiteraard wat verbaasd. Tot mijn spijt konden we de gevonden schatten niet meenemen, maar alleen al weten dat ze echt bestaan maakte mijn dag. En wat moet je immers in Parijs met een paar van die paddebollen?

Wat vriendlief toen niet begreep is nu -krap een maand later- ook bij hem in volle hevigheid bij ontwaakt; paddenstoelenmanie. We hebben gidsen en een uitrusting en zo hebben we afgelopen zondag in de zon paddo's gezocht. En maak je geen zorgen, want met Het Paddenstoelenboek (€ 17,50) van Edwin Florès, you can't go wrong! Wij maakten van onze vangst een héérlijk Frans voorgerecht: Paddenstoelen met toast, zoals we ook in Parijs aten, in een allerliefst bistrootje om de hoek. (Voor verblijf in Parijs adviseren we u overigens van harte: het Pink Hotel in het 12de arrondissement: een billijk geprijsd hotelletje met een ondergrondse parkeerplaats, kraakheldere kamers en dito beddengoed; alle zaken vrij uitzonderlijk voor Paris la Belle!).

Okee, genoeg gepraat:
- Boule Beurre van Monsieur Albèrt Heijn
- Gemengde paddenstoelen: champignons, oesterzwammen, cantherellen, eekhoorntjesbrood, alles wat je te pakken kan krijgen
- Teentje knoflook
- Slagroom
- Peper & Zout
- Platte peterselie
- Roomboter & olijfolie, extra vergine

Maak alle paddenstoeltjes schoon. Pas op met water, deze knakkertjes hebben de neiging zich een beeetje vol te zuigen. Borstel ze liever af. Rooster dan de plakken brood in een gloeiend hete grillpan totdat er van die prachtige streepjes op staan.

In een koekenpan verhitten we een beetje roomboter. Pers de knoflook uit en fruit deze even in de boter. Voeg de stevigste paddenstoelensoorten als eerste toe en gaandeweg de overige. Als ze allemaal een goede kleur hebben gekregen schenken we er een klein beetje slagroom bij en kruiden met peper en zout; een klein beetje om de boel te dresseren en bak nog een minuutje. Schik het geheel op een bordje, toast, paddenstoelen en garneer met lekker wat fijngehakte platte peterselie en wat druppels olijfolie. Bon appetit, dat zeiden ze erbij in Parijs!

maandag 26 september 2011

De ballen van de kapitein

Zondagmiddag, de zon scheen en wij waren op weg naar de polder. Het was echt een schitterende nazomerdag, zo eentje waar ik al heel erg lang op hoopte. We waren uiteraard niet de enigen die afreisden naar de dijk; veel fietsers, hardlopers en andere recreanten hadden dezelfde ingeving gehad.

Zo reden we ook langs een tandem. Een tandem vind ik nomaal zo'n ding dat je voor de lol huurt om een -lekker melig- door de stad te toeren. Maar deze tandem was bijzonder serieus. Voorop zat een forse dame met grijze krullen en een zonneklep, die als een kapitein op een schip haar fietsstuur vasthield, wind in de haren en haar blik strak op de horizon gericht. Achterop zat Kokki de lichtmatroos. Zijn trappers volgden weliswaar de hare, maar hij fietse met losse handen en zijn blik was overal op gericht, behalve op de Kapitein voor hem. Het was een grappig gezicht; ik kon me ineens voorstellen dat dit wel eens zeer tekenend kon zijn voor hun hele relatie! Zo zie je maar, achter iedere sterke man staat een sterke vrouw en sterke vrouwen, die doen er verstandig aan een tandem aan te schaffen.

Dit verhaal houdt geen enkel verband met het recept, anders dan dat dit recept zonnig, zondig lekker en luchtig is als de afgelopen zondag en dat het bedacht zal zijn door een ongetwijfeld zeer karaktervolle Antilliaanse Mama. Het recept is die van Antilliaanse kaasballetjes, die we ontdekten op het Westergasterrein bij een leuk restaurantje. Toen deze van de kaart werden gehaald en we onszelf maar karig getroost voelden door de muffe casavestengels, heb ik het recept opgezocht en uitgeprobeerd: ze werden geweldig!! Dus pak ook die pollepel en ga aan de slag!

Kaasballetjes (voor ongeveer 30 stuks):
500 gram geraspte oude kaas
2 eieren
1 bord Panko (Japans paneermeel, gewone kan ook)
1 kopje bloem
Snufje witte peper
1 theelepel zout
1 theelepel suiker
1 zakje bakpoeder
750 l zonnebloemolie

Kluts de eitjes goed door elkaar en roer dan de oude kaas erdoorheen. Voeg de bloem toe, de peper, zout en de suiker en tot slot het bakpoeder. Roer het geheel minstens tien minuten door zodat het bakpoeder lekker zijn ding kan gaan zitten doen. Zet even weg met een theedoek erover. Wacht een half uurtje en rol dan balletjes ter grote van een bonk (zo'n grote knikker, je weet wel, die was honderd waard). 3/4 bitterbal dus. Rol ze door de Panko en leg ze op een bordje, in afwachting van hun vette badsessie.

Nu kun je de frituur aanzwengelen (180 graden) of -als je die net als ik niet hebt- een pan met zonnebloemolie op het vuur zetten. Vroeger, toen de Brabantse padvinders nog geen frituurpan hadden, pasten ze deze slinkse truc toe: pak een stukje brood en gooi deze in de pan als de olie zo heet is dat er een waasje overheen komt. Als dit bruin wordt, is de olie op temperatuur en dan is het moment daar om je kaasballen te water te laten. In twee minuten zijn ze goudkleurig en opgezwollen van trots.

Eet ze met chilisaus of mosterd met fijngehakte koriander en drink er een biertje bij. Fijne zondagmiddagen nog!

woensdag 14 september 2011

Boter voor de ziel


Het schilderachtige dorpje Laren oefent altijd een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me uit. Ik heb er jaren in een winkel gewerkt en dus alle seizoenen langs zien komen, zoals ik ook alle inwoners zag langskomen. Laren. Nergens zie je zoveel sportwagens voor een Albert Heijn staan of dames rondlopen in kledingcombinaties voor wier economische waarde ik twee weken vakantie kan boeken. (De laatste tijd is dit overigens de ik-ben-mijn-paard-kwijt-look; laarzen, broek, jasje, handschoenen, alles is compleet, alleen er is geen velden of wegen een paard te bekennen.)

Laren vind ik niet alleen prachtig mooi vanwege haar inwoners, winkels, schitterende huizen en hoeveelheid sportwagens en SUV's, nee, er is iets anders waar ik uren naar kan kijken. Op de feeërieke Brink staat vanaf het voorjaar tot het begin van de herfst De Poffertjeskraam. Deze kraam neemt je mee naar de tijd dat dames hun paarden nog wél in de buurt hadden -namelijk voor hun koets- en mannen gekrulde snorren hadden en monocles droegen terwijl ze een glaasje prik dronken en poffertjes aten. Vandaag de dag doe ik mijn kleine neefjes een ongeëvenaard plezier door poffertjes met ze te gaan eten. Deze gaan dan overigens onder de naam Koffers. Maar ik zal ter zake komen; bij de Poffertjeskraam staat altijd een massief blok boter. Met een sterretjesmotief erin gedrukt. De Poffertjesbakkers schrapen geroutineerd krullen van dit blok. Boter is één van mijn lievelingsingrediënten en dit machtige blok bij de Poffertjeskraam is dan ook een halve kubieke meter puur vermaak voor me.

Mijn fascinatie heeft me vanmorgen een stapje verder genomen. met mijn nieuwe keukenmachine klopte ik 500 ml slagroom met een  snuf zeezout totdat het wonder gebeurde; de vetbestanddelen scheidden zich van de melk (het was karnemelk, de heerlijkste die je je maar kan voorstellen). Ik pakte een zeef met daarin een stuk kaasdoek en kneep de boter voorzichtig uit. Vervolgens hield ik de boter onder de koude kraan en spoelde de boter af, terwijl ik deze doorkneedde. Toen het spoelwater schoon was, kneep ik de boter droog in de kaasdoek en deed het in een gesteriliseerde jampot. Vanavond zullen er Koffers vol boter en suiker op tafel staan. Nu nog de SUV. Of een paard?